
Ethisch adviescommissies en praktijkgericht onderzoek: een vruchtbaar huwelijk! Waarom het een goede zaak is om opvattingen over integer onderzoek met elkaar te delen
Abstract
Gideon de Jong (2018) waarschuwt, in zijn artikel “Ethische Adviescommissie en praktijkgericht onderzoek, een ongelukkig huwelijk”, het Nederlandse hbo voor de gevaren van ethische commissies. Op basis van enkele anekdotische ervaringen in zijn Australische onderzoekspraktijk, schetst hij een somber scenario: bureaucratische commissies, samengesteld uit mensen die niet begrijpen waar het in onderzoek echt om gaat, dringen steeds verder binnen in de onderzoekspraktijk. Daarmee maken zij creatieve onderzoekers het werken onmogelijk. De ethische commissie “zal […] na verloop van tijd steeds verder zijn klauwen in deze praktijk slaan en alle aanpalende praktijken binnen zijn invloedssfeer proberen te trekken” (De Jong, 2018, p. 3).
De Jongs observatie dat er binnen het hbo meer ethische commissies worden ingesteld, is correct. De ethische adviescommissies van de HAN (Van der Sande, 2018) en Fontys functioneren al een aantal jaren en binnen de Hanzehogeschool is in september 2018 een dergelijke commissie gestart. Andere hogescholen hebben plannen in deze richting. Moeten we ons binnen het Nederlandse hoger onderwijs nu opmaken voor het door De Jong geschetste doemscenario? Of kunnen deze commissies een steun in de rug zijn voor onderzoekers die integer onderzoek willen doen?
© 2018 Jacquelien Rothfusz, published by Hanze University of Applied Sciences / NHL Stenden University of Applied Sciences
This work is licensed under the Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 3.0 License.