Skip to main content
Have a personal or library account? Click to login
De muziekfabriek. TMF en de Nederlandse popcultuur Cover

De muziekfabriek. TMF en de Nederlandse popcultuur

By:   
Open Access
|Dec 2024

Full Article

TMG-27-202415-g001.jpg

The Music Factory (TMF) was de eerste commerciële tv-zender die, vanaf 1995, vanuit Nederland uitzond. Hoewel de zender een grote rol speelde in de popcultuur en in de levens van jongeren, heeft TMF in mediageschiedenissen slechts beperkt aandacht gekregen. Het geslaagde, handzame boek De muziekfabriek. TMF en de Nederlandse popcultuur brengt daar terecht verandering in. Auteur is Jaap Kooijman, mediawetenschapper aan de UvA, die eerder belangwekkend werk schreef over (vermeende) Amerikanisering van de pop- en beeldcultuur.

Om TMF als ‘popcultureel fenomeen te duiden’ bouwt de auteur onder andere op de -helaas in beperkte mate- bewaard gebleven TMF-uitzendingen en, voornamelijk, op het vertoog over de zender in digitale krantenbanken en in terugblikken van betrokkenen. Het boek is enerzijds bescheiden (‘geen allesomvattende geschiedenis van TMF’) en beperkt zich expliciet tot de popcultuur, wat betekent dat bevindingen slechts in beperkte mate gekoppeld worden aan de bredere Nederlandse (cultuur)geschiedenis. Anderzijds is het, qua verscheidenheid aan behandelde thema’s, ambitieus en rijk. Het boek bestaat uit vijf thematische hoofdstukken.

Het eerste hoofdstuk beschrijft de opkomst van muziektelevisie. MTV vervulde daarin een voortrekkersrol. Ondanks trash talk over en weer was TMF zowel qua vorm als inhoud ‘overduidelijk’ een kopie, zij het een ‘verbeterde versie’, want expliciet gericht op een Nederlands publiek en aangepast aan de ‘lokale smaak’. Kernpunt van het hoofdstuk is dat de opkomst en het succes van de twee zenders alsmede de overname van TMF door MTV in 2001 ogenschijnlijk tegenstrijdige, maar in de praktijk complementaire en gelijktijdige ontwikkelingen vertegenwoordigden: glokalisering en voortgaande Amerikaanse mondialisering.

Het tweede hoofdstuk beschrijft eerst de voor mediahistorici bekende geschiedenis van de opkomst van commerciële televisie en – aan de hand van vermakelijke lokale geschiedenissen – de strijd tussen TMF en MTV om de aanvankelijk nog beperkte ruimte op de kabel. Mijns inziens gaat de auteur vervolgens iets teveel mee in het ‘rebellen’-perspectief dat hoge omes van TMF in terugblikken presenteren, alsof TMF het rebelse zoontje, zo niet de erflater, van het vrijgevochten Veronica was. Dit terwijl, zo stelt de auteur ook, TMF vóór alles een verlengstuk was van het commerciële Radio 538.

Het derde hoofdstuk verhaalt hoe TMF internationale sterren dichter bij de kijker bracht en, belangrijker, Nederlandse artiesten als Marco Borsato en Anouk in staat stelde zich als popsterren te presenteren. De uitreiking van de jaarlijkse TMF Awards, een mega-evenement, speelde daar een belangrijke rol in. Ook TMF’s voorkeur voor Nederlandse muziekvideo’s vormde een stimulans voor Nederlandse popmuziek. Hoewel de kracht zich in de beperking toont, is dit één van de momenten waarop het boek mogelijk een nog grotere zeggingskracht had kunnen hebben door iets verder uit te zoomen en dwarsverbanden met andere cultuurhistorische ontwikkelingen te onderzoeken of althans aan te stippen. Bijvoorbeeld: in hoeverre speelde TMF een rol in de hernieuwde, alom zichtbare interesse in Nederlandse cultuur vanaf de jaren negentig, zoals ook tot uitdrukking komend in de sterk toenemende aandacht voor vaderlandse geschiedenis en in heftige publieke debatten over immigratie en integratie en vermeende Nederlandse identiteit? Met andere woorden: soms is de auteur misschien iets té bescheiden. In de conclusie maakt hij zijn mooie geschiedenis ook nodeloos klein, door te stellen ervoor te waken ‘het onderwerp belangrijker te maken dan het wellicht is’: het was ‘“maar” een muziekzender’. Positief gesteld: het boek prikkelt en nodigt uit tot verder onderzoek.

Hoofdstuk 4 beschrijft hoe TMF bijdroeg aan het populariseren van niche-muziek, zoals gabber en hiphop – genres die in het publieke debat leidden tot morele paniek. Het bood daarmee een introductie tot en representatie van verschillende subculturen. Maar uiteindelijk voerden commerciële overwegingen altijd de boventoon: TMF wilde een zo groot mogelijk jongerenpubliek bereiken en droeg daarmee bij aan ‘een meer homogene jongerencultuur’. Al suggereert de auteur over het staken van een populair hiphop-programma dat er mogelijk ook andere belangen in het geding waren: ‘kleur speelt hierbij ongetwijfeld een rol’. Het is goed dat de auteur hier kritisch is, zij het dat deze kritiek – net als die op het openlijke seksisme in hoofdstuk 2 – relatief summier aan de orde komt. Zeker na de lancering van YouTube in 2005 gooide TMF, in navolging van MTV, het net steeds breder uit om nog relevant te blijven. Zo ging het jongeren volgen op hun vakantie. De kijkcijfers liepen evenwel terug en in 2011 verdween de zender.

Het laatste, boeiende hoofdstuk beschrijft hoe TMF experimenteerde met (proto-)interactiviteit en, nog voor Hyves en Facebook, succesvol een online gemeenschap wist te creëren. Overtuigend maakt de auteur aanschouwelijk hoe belangrijk TMF in de levens van jongeren was. Zo ontving de zenders soms wel 15.000 sms-berichten per uur, waarbij kijkers bijvoorbeeld stemden of hoopten hun bericht in de tekstbalk onderaan het tv-scherm terug te lezen. Na de moord op Theo van Gogh wisselden 50.000 jongeren op deze wijze van gedachten – wat ook mooi onderstreept hoe mediageschiedenissen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het beter begrijpen van andere historische ontwikkelingen.

Tussen elk van deze hoofdstukken last de auteur een kort intermezzo in, getiteld ‘superclips’, waarin hij een specifiek nummer bespreekt. Hoewel vermoedelijk smakelijke tussendoortjes voor een groot publiek, vergroten ze het begrip van TMF niet per se, mede omdat de link met de muziekzender soms wat gekunsteld is. Bovendien leunen die stukken soms op bestaand werk dat ronduit nostalgisch is. Het is overigens te prijzen dat de auteur, anders dan bijna alle populaire boeken en podcasts over dezelfde periode, zelf expliciet afstand neemt van nostalgie – al valt op dat een blurb op de achterflap het boek juist om deze reden aanprijst.

Een laatste compliment betreft de delicate balans die de auteur weet te bewaren. Hoewel het een prettig geschreven boek is dat een groot publiek moet aanspreken (en verdient), biedt het ook academici nieuwe inzichten. De auteur weet bovendien op subtiele wijze theorieën in zijn verhaal te verweven, zonder dat dit ten koste gaat van de leesbaarheid. Aangezien het boek ook over beeldcultuur gaat, de auteur hier bovendien deskundig in is (met in hoofdstuk 1 bijvoorbeeld interessante opmerkingen over de ‘artistieke stijl’ van muziekzenders) én het een publieksboek is, is het een gemis dat er geen beeldmateriaal in staat.

Kortom, De muziekfabriek is een geslaagd boek, dat hopelijk een verdere impuls biedt aan mediahistorisch onderzoek naar hetzelfde tijdvak. Zoals recent in dit journal betoogd, komen belangrijke mediahistorische ontwikkelingen die plaatshadden vanaf de jaren tachtig – en die bovendien veel zeggen over andere trends, zoals de snelle opkomst van een neoliberaal wereldbeeld – er in bestaand onderzoek bekaaid vanaf.1 Waar blijven bijvoorbeeld monografieën over andere tv-zenders die toen het licht zagen? Dit boek toont dat er ruimte is voor zulke geschiedenissen, juist ook in het Nederlands.

Notes

[1] Jesper Verhoef, “A 1980s and 1990s Media History Manifesto,” TMG Journal for Media History 26, no. 2 (2023): 1–34, https://doi.org/10.18146/tmg.878; Josette Wolthuis and Jaap Kooijman, “Pause and Rewind: Forgotten Histories of Television,” TMG Journal for Media History 27, no. 1 (2024), https://doi.org/10.18146/tmg.892.

Biografie

Jesper Verhoef is Universitair Docent Eigentijdse Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef het boek Opzien tegen modernisering. Denkbeelden over Amerika en Nederlandse identiteit in het publieke debat over media, 1919-1989 (Eburon, 2017) en werkt momenteel aan een kritische cultuurgeschiedenis van Nederland in de jaren negentig (1989-2002).

DOI: https://doi.org/10.18146/tmg.916 | Journal eISSN: 2213-7653
Language: English
Page range: 1 - 4
Published on: Dec 27, 2024
Published by: Sound & Vision
In partnership with: Paradigm Publishing Services

© 2024 Jesper Verhoef, published by Sound & Vision
This work is licensed under the Creative Commons Attribution-ShareAlike 4.0 License.