
Op 5 november 2022 overleed in zijn woonplaats Amsterdam Edward Schenk. Edward was een bevlogen en actief lid van de Vereniging Geschiedenis, Beeld en Geluid. In het begin op de achtergrond, maar na verloop van tijd veel zichtbaarder. Kritisch vragensteller, medeorganisator van diverse conferenties, trekker van diverse werkgroepen die zich bekommerden om de audiovisuele media in het onderwijs, bestuurslid, penningmeester, en in die laatste hoedanigheid onvermoeibaar achtervolger van leden die hun achterstallige contributie niet hadden betaald.
De Vereniging Geschiedenis, Beeld en Geluid (GBG) werd opgericht in 1986. Edward Schenk was lid vanaf het eerste uur. De eerste keer dat zijn naam opduikt in GBG-Nieuws, het verenigingsperiodiek en een van de voorlopers van het Tijdschrift voor Mediageschiedenis, is in nummer 5 (zomer 1988): ‘De Heer E. Schenk mist specifieke aandacht voor het geluid als historische bron. Wellicht kan de vereniging GBG hieraan in de toekomst meer aandacht schenken.’ In de eerste jaren daarna beperkten Edwards bemoeienissen zich tot het trouw bijwonen van de jaarlijkse ledenvergaderingen, en het verlenen van allerlei hand- en spandiensten bij de organisatie van de halfjaarlijkse conferenties.
In 1992 vinden we in GBG-Nieuws een eerste inhoudelijke bijdrage van zijn hand: ‘Harry Coster en de geluidsbarrière.’ Uit dit interview met de geluidsverzamelaar Coster komt andermaal Edwards belangstelling voor het culturele erfgoed in het algemeen en geluid in het bijzonder naar voren. ‘Aan een rustige Hilversumse laan staat een doodgewoon huis uit het begin van deze eeuw. Op de zolderverdieping heeft Harry Coster zijn enorme 78-toerenverzameling ondergebracht, rijen met metalen masters, dozen vol met tapes, bakken vol met cassettebandjes, veel technische apparatuur en ook nog eens ordners vol met geschreven materiaal over al die opnames.’ De verzameldrift van Coster moet Edward ook erg hebben aangesproken. Het is alsof hij zijn eigen verzameling geluidsdragers, videobanden, tijdschriften en ordners beschrijft waarmee zijn huis in Amsterdam tot de nok toe was gevuld.
Het stimuleren van het gebruik van audiovisuele bronnen in het geschiedenisonderwijs is voor Edward - geschiedenisdocent op een middelbare school in Amstelveen - bij zijn vele activiteiten altijd een belangrijke drijfveer geweest. Dat geldt voor zijn bemoeienissen met en binnen de vereniging GBG, voor zijn bijdrage aan NAA in de Klas - de eerste proef van het Nederlands Audiovisueel Archief met het aanbieden van gedigitaliseerde audiovisuele bronnen aan het middelbaar onderwijs - en ook voor de educatieve producten die hij als kleine zelfstandig ondernemer binnen zijn bedrijf Stavoren uitgaf. Met evenveel enthousiasme en begeestering stak hij de laatste jaren al zijn energie in de Werkgroep Historische Gevelreclames Amsterdam. Terug naar de bron.
De vereniging GBG had als doelstelling ‘het wekken van belangstelling voor en de studie van beeld en geluid als bron voor geschiedschrijving en als middel tot beeldvorming van het verleden.’ Edward nam die doelstelling serieus. Met een aantal geestverwanten is hij geruime tijd pogingen blijven doen om binnen verschillende werkgroepen aandacht te blijven vragen voor het daadwerkelijk gebruik van film, video en geluid in het onderwijs. Tegelijkertijd lag de focus van het bestuur van de vereniging in die eerste twee decennia vooral op de knellende problemen bij de archivering van av-materiaal, en minder op het gebruik en analyse van die bronnen zelf. Na een hoop politiek en bestuurlijk gedoe fuseerden in 1997 het omroeparchief, het Film- en Fotoarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst, het Omroepmuseum en de Stichting Film en Wetenschap en gingen op in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, aanvankelijk onder de naam Nederlands Audiovisueel Archief. In GBG-Nieuws schreef Edward meerdere malen over dat gedoe onder veelzeggende koppen als ‘Voetje voor voetje komen we NAAder’, ‘De weg naar het NAA: lang en niet altijd goed geasfalteerd’, ‘Hard fluiten in een vacuüm’, en ‘Het soortelijk gewicht van onbereikbaarheid’. Bij lezing nu valt op dat Edward al snel doorhad dat de wens van de fusiepartners om nauw samen te werken maar vooral hun eigen identiteit te bewaren een illusie was. Voor GBG-Nieuws 32 (voorjaar 1995) reisde hij naar het provinciehuis van Groningen om Henk Vonhoff aan de tand te voelen. Vonhoff was destijds Commissaris van de Koningin in Groningen, maar bovenal voorzitter van een naar hem genoemde stuurgroep die minister Hedy d’Ancona van WVC (nu OCW) moest adviseren over de toekomst van de audiovisuele archivering in Nederland. Zijn stuurgroep leverde het rapport met de poëtische naam ‘Lichtbeelden uit de schemering’ op. Conclusie was dat er onvoldoende raakvlak was voor de oprichting van een nationaal audiovisueel archief. Maar Edward wist Vonhoff te verleiden om zijn persoonlijke conclusie met de lezers van GBG-Nieuws te delen: ‘Gezien de huidige omstandigheden ligt in dit rapport momenteel het hoogst haalbare. Alleen een veel intensievere samenwerking dan waartoe de instellingen bereid waren te gaan [lees: de oprichting van één nationaal audiovisueel archief, PS] zou een substantiële hoeveelheid overheidsgeld kunnen loskrijgen.’ The rest is history. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid ontwikkelde zich tot het professionele en gerespecteerde nationale instituut dat wij vandaag de dag kennen.
De oprichting van een nationaal audiovisueel archief betekende dat een belangrijke doelstelling van de vereniging GBG in vervulling was gegaan. Maar met het opgaan van de Stichting Film en Wetenschap in het NAA raakte de vereniging GBG ook haar secretariaat en het redactielokaal van GBG-Nieuws kwijt. In het najaar van 1996 vierde de Vereniging GBG haar tienjarig bestaan, en verscheen het laatste nummer van GBG-Nieuws. De Vereniging GBG leefde vanaf dat moment een min of meer zwervend bestaan.
Edward Schenk bleef - misschien wel tegen beter weten in - manmoedig proberen de vereniging GBG overeind te houden. Als penningmeester ging hij over het geld, en zoals eerder gemeld achtervolgde hij wanbetalende leden desnoods tot in hun graf. Er werden nog diverse interessante conferenties en seminars georganiseerd. Maar zo begeesterd, spontaan en gezellig als in die eerste tien jaar zou het niet meer worden. Anno 2023 bestaat de Vereniging GBG officieel nog steeds, blijkens informatie van de Kamer van Koophandel. Maar enige activiteit ontplooit zij niet meer.
Velen wisten Edward te vinden met allerhande vragen over het audiovisuele erfgoed, en hij wist die vragen ook te beantwoorden, want hij documenteerde werkelijk alles. De notulen van alle bestuursvergaderingen werden door hem gearchiveerd en opgeslagen in zijn huis in Amsterdam. Op basis van dat archief zou de geschiedenis van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid voor een belangrijk deel geschreven kunnen worden.
